Geschiedenis en bespreking van de Standaard  

door Juanita Hobbs (met hulp van Sandra Smid, Nieuw Zeeland)  

Ten eerste: om duidelijk te maken wie nu eigenlijk welke Standaard gebruikt:

Zuid Afrika en Australië hanteren beide de Engelse Standaard - onze Kennel Clubs volgen een beleid om de Standaard van het Oorsprongsland te gebruiken. De Standaard die gehanteerd wordt in het land waar het ras ontstaan is en tot ontwikkeling is gekomen is de standaard die we als leidraad gebruiken.  

De Engelse Kennel Club volgt eenzelfde beleidslijn - zij gebruiken onze Standaard voor de Rhodesian Ridgeback omdat Zuid Afrika het Oorsprongsland is. Ze maken, voor zover ik weet, slechts één uitzondering op deze regel: daar waar het de Glen of Imaal betreft. Engeland is afgedwaald van deze Standaard en hanteert een eigen Standaard - waarover een GIGANTISCHE controverse bestaat. Om Zuid Afrika maar weer te nemen: dit land gebruikt de Ierse versie van de Glen of Imaal Standaard - daar Ierland het Oorsprongsland is.

In Nieuw Zeeland wordt de ‘oude’ (de ‘1948-standaard’) Engelse Standaard gebruikt, met enkele aanpassingen. Toen de Engelse Kennel Club tot het besluit kwam alle Standaards te ‘standaardiseren’, besloot de Nieuw Zeelandse Kennel Club deze al of niet te accepteren, al naar gelang het standpunt daarover van de individuele rasverenigingen. De Staffordshire Club besloot de ‘oude’ Standaard te blijven hanteren die, in hun ogen, een betere was. Ze hebben echter wel de clausule over het ‘gangwerk’ overgenomen van de ‘nieuwe’ Standaard.

In Nieuw Zeeland is de stand ongeveer 50-50 tussen de rasverenigingen die besloten hebben tot het overnemen van de ‘nieuwe’ versie van de oude Engelse Standaards en de verenigingen die ervoor gekozen hebben de originele Standaard (dus die Standaard die in het Verenigd Koninkrijk in gebruik was vóór de standaardisering). Andere rassen hebben sindsdien weer andere Standaards geaccepteerd, maar het is in Nieuw Zeeland eigenlijk nog steeds de gewoonte de Engelse Standaards te prefereren boven die van de VS of de FCI.  

Oorsprongsland was van doorslaggevende betekenis voor de keuze van een bepaalde Standaard, maar het lijkt alsof dit tegenwoordig van ondergeschikt belang geworden is en dat alles meer afhangt van welke ‘kliek’ de grootste mond heeft in de rasverenigingen.  

De VS hebben de Standaard van de Staffordshire Bull Terrier Club in geringe mate op eigen houtje aangepast. Waarschijnlijk is dit gebeurd omdat de VS niet uitgaan van een Oorsprongsland-beleid - dit in tegenstelling tot het beleid van de meeste andere Kennel Clubs elders ter wereld.  

Of het bestaan van verscheidene van elkaar verschillende Standaards een goede of een slechte zaak is - wel, wie zal het zeggen!!  

Ik ben bang de brenger van slecht nieuws te zijn, maar jammer genoeg is de ENGELSE Standaard, zoals die gepubliceerd is in het Pounds & Rant Book NIET correct. Ik heb een exemplaar van dit boek in mijn bezit en persoonlijk heb ik deze versie van de Standaard nog nooit ergens anders gezien en ik weet dan ook niet waar deze vandaan komt! Misschien dat er wat pechduiveltjes bij de drukker aan het werk zijn geweest?

Wie weet!! Dit bewijst wel eens te meer van hoeveel belang het is dat de juiste informatie verstrekt en gedrukt wordt - en hoe belangrijk zorgvuldigheid is!!  

De meest recente (1987) en correcte Engelse Standaard kan gevonden worden in de volgende publicaties, om er maar een paar te noemen:

The Kennel Club’s Illustrated Breed Standards

John F.Gordon: The Staffordshire Bull Terrier (editie 1989)

Dieter Fleig: Staffordshire Bull Terrier

Danny Gilmour: The Complete Staffordshire Bull Terrier

Anna Katherine Nicholas: The Staffordshire Terriers (hoewel zij het ‘de 1949 versie’ noemt)

North West Staffordshire Bull Terrier Club 1946 - 1996 Golden Jubilee Book

Pretoria Staffordshire Bull Terrier Club: The Ring Volumes 12, 13, 14, 15, 16, 17 & 18  

De North West SBT Jubilee Book is een grote hulp om de geschiedenis van het ras te leren begrijpen. Er staan bladzijden in vol herdrukte correspondentie tussen verenigingen en individuele personen vanaf de tijd waarin de Standaard werd veranderd, zowel in 1948 als in 1987.  

Hier volgt een vergelijking (naar mijn beste kunnen) van de verschillende editie’s.

Gewoon gedrukt = 1935, Schuin gedrukt = 1948, Vet gedrukt = 1987  

We zullen ieder onderdeel apart bij de kop nemen. Natuurlijk kan ieder van deze onderdelen nog veel verder uitgespit worden, maar ik heb geprobeerd de meest opvallende feiten naar voren te halen om de lezer behulpzaam te zijn:  

 EERSTE ‘ALGEMENE’ CLAUSULES

1935

Het hiernavolgende is een beschrijving van de Staffordshire Bull Terrier zoals die aangenomen is door de Verenigingen tijdens een Algemene Vergadering gehouden op 15 juni 1935, in het Cross Guns Hotel te Cradley Heath in Staffordshire. Deze beschrijving is vooral bedoeld als een aanvulling op de Standaard zoals die werd opgesteld door de Staffordshire Bull Terrier Club. Men is van mening dat deze beschrijving, opgesteld en goedgekeurd door vele vooraanstaande eigenaren, die hun hele leven al Staffordshire Bull Terriers hebben gefokt, van wezenlijk belang zal zijn voor de eigenaren met minder honden en de beginnende fokkers. 

                                               Algemene verschijning De Staffordshire Bull Terrier is een gladharige hond, met een schofthoogte van ongeveer 15 tot 18 inches. Hij dient de indruk van grote kracht voor zijn maat te geven, en hoewel hij goed gespierd moet zijn, dient hij ook actief en lenig te zijn. 

1948

Kenmerken                              Vanuit de reeds voorbije geschiedenis van de Staffordshire Bull Terrier, heeft de moderne hond zijn karakter met de ontembare moed behouden, alsmede ook zijn hoge intelligentie en vasthoudendheid. Dit, gepaard gaande met zijn genegenheid voor zijn vrienden, en vooral kinderen, zijn rust wanneer niet in actie en betrouwbare stabiliteit, maakt hem tot de belangrijkste voor alle doeleinden geschikte hond. 

Algemene verschijning              De Staffordshire Bull Terrier is een kortharige hond. Hij moet voor zijn maat over grote kracht beschikken en, hoewel goed gespierd, dient hij actief en lenig te zijn. 

1987

Algemene verschijning         Kortharig. Evenredig van bouw, met grote kracht voor de maat. Gespierd, actief en lenig.

Kenmerken                            Traditioneel een hond met een ontembare moed en vasthoudendheid. Hoogst intelligent en aanhankelijk, vooral naar kinderen.

Temperament                        stoutmoedig, zonder enige angst en volkomen betrouwbaar.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            In de originele Standaard (1935) werd de hoogte nog genoemd onder ‘Algemene
            verschijning’ en niet onder een eigen clausule.

2.            In de originele Standaard werd geen melding gemaakt van het temperament van de Staffordshire Bull Terrier

3.            De woorden ‘stoutmoedig, zonder enige angst en volkomen betrouwbaar’ verschenen pas in de meest
            recente (1987) editie van de Standaard

4.            De woorden ‘actief, lenig, grote kracht voor de maat, gespierd en gladharig zijn nooit veranderd

5.            De woorden ‘evenredig gebouwd’ verschenen pas in 1987        

   

1935  

  
Hoofd         Kort, diep, brede schedel, zeer geprononceerde wangspieren, duidelijke stop, korte voorsnuit, gebit tang

Neus          Zwart 

 1948

Hoofd         Kort, diep,brede schedel, zeer geprononceerde wangspieren, duidelijke stop, korte voorsnuit, zwarte neus

 

1987

Hoofd en schedel Kort. Diep met brede schedel. Zeer geprononceerde wangspieren, duidelijke stop, korte voorsnuit, zwarte neus

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            De Neus had zijn eigen clausule in de Standaard van 1935

2.            De Standaard uit 1935 zei niets apart over het gebit en dit punt werd slechts genoemd onder ‘hoofd’ waaruit blijkt dat het gebit ‘tang’ diende te zijn.

3.            Het woord ‘schedel’ werd in de naam van de betreffende clausule genoemd in 1987

4.            De beschrijving van het hoofd is eigenlijk onveranderd gebleven.

 

1935

Oog           Donker

                                               1948

Ogen          Donker verdient de voorkeur maar er mag enige relatie tot de vachtkleur zijn.

                  Rond, van middelmatige grootte en zo geplaatst dat de hond recht naar voren kijkt

 

1987

Ogen          Donker verdient de voorkeur maar er mag enige relatie tot de vachtkleur zijn  

                   Rond van middelmatige grootte en zo geplaatst dat de hond recht naar voren kijkt. Oogranden donker.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            In 1935 vermeldde de beschrijving eenvoudig ‘donker’. Dit werd herhaald in de versie van 1948, maar er kwam wat ruimte voor het toestaan van ogen die wat minder donker gekleurd waren in relatie tot de vachtkleur.

2.            De vorm, grootte en plaatsing van de ogen werd ingevoerd in de versie van 1948.

3.               Pas sinds 1987 zijn ook donkere oogranden vereist

 

1935

Oren          Rozenoor, halfstaand en staand, deze drie hebben de voorkeur boven een hangend oor, dat bestraft dient te worden

 

1948

Oren          Rozenoor of halfstaand en niet groot. Hangoor of staand oor dienen bestraft te worden.

 

1987

Oren          Rozenoor of halfstaand en niet groot of zwaar. Hangoor of staand oor hoogst ongewenst.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            Alleen een hangoor werd in 1935 bestraft. Hangoor en staand oor werden in de versie van 1948 bestraft.

               Sinds 1987 zijn ze zelfs ‘hoogst ongewenst’- met andere woorden: ze zijn net zo erg als black & tan en

               leverkleurig nu zijn!

2.            De maat werd genoemd in 1948

3.            De dikte van het oor wordt alleen genoemd in 1987 door het gebruiken van de uitdrukking ‘zwaar’.

                                                          

1935

--

 

1948

Gebit         Het gebit dient tang te zijn, dat wil zeggen dat de snijtanden in de onderkaak precies moeten passen binnen de snijtanden in de bovenkaak en de lippen dienen strak en duidelijk afgetekend te zijn. Een zware ondervoorbeet dient streng bestraft te worden.

 

1987

Gebit         Lippen strak en duidelijk afgetekend. Kaken sterk, tanden groot in een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, dat wil zeggen dat de boventanden de ondertanden precies overlappen en dat ze recht in de kaak staan.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            De Originele Standaard bevatte geen aparte clausule over het gebit -

maar vereiste wel een ‘tanggebit’ (zie boven).

2.            In de Standaard van 1948 werd een ‘tanggebit’ gevraagd MAAR de beschrijving ervan was die van een schaargebit zoals we dat nu kennen.

3.            In 1987 werd de term veranderd in ‘schaargebit’ maar de beschrijving bleef in principe gelijk. De zin over ‘zware ondervoorbeet of overbeet’ werd in 1987 in zijn geheel weggelaten. In feite is er in de Standaard van 1987 niets te vinden over het bestraffen van een ondervoorbeet of een overbeet.

 

1935

Hals          Dient gespierd en tamelijk kort te zijn

 

1948

Hals          Gespierd, tamelijk kort, strak belijnd en breder uitlopend in de schouderpartij.

 

1987

Hals          Gespierd, tamelijk kort, strak belijnd, breder uitlopend in de schouderpartij.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            Eigenlijk onveranderd behalve de zinsnede ‘breder uitlopend in de schouderpartij’ die in 1948 toegevoegd werd.

 

1935

Lichaam       Korte rug - diepe borstkas, lichte lendenpartij met vrij ver uiteen staande voorbenen om de juiste ontwikkeling van de borst te bewerkstelligen.

 

1948

Lichaam       Het lichaam dient kort in de lendenpartij te zijn met een rechte bovenbelijning, breed front, diepe borstkas en goed gewelfde ribben met daarnaast een vrij lichte lendenpartij.

 

1987

Lichaam       Korte lendenpartij met rechte bovenbelijning, breed front, diepe borstkas en goed gewelfde ribben, gespierd en duidelijk gedefiniëerd.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            Het enige dat gebleven is sinds de originele Standaard is ‘diepe borstkas’.             

 

2.            ‘Lichte lendenpartij’ werd geschrapt uit de Standaard van 1987

3.            ‘Korte rug’ werd alleen in 1935 genoemd

4.            ‘Korte lendenpartij’ verscheen in 1948, ik wil hier wel aan toevoegen dat ‘korte rug’ en ‘korte lendenpartij’ twee totaal verschillende begrippen zijn.

5.            ‘Rechte bovenbelijning’ verscheen pas in 1948  

6.            ‘Voorbenen vrij ver uiteen staand om de juiste ontwikkeling van de borst te bevorderen’ werd slechts in de originele Standaard genoemd, hoewel het begrip min of min ‘terugkwam’ in 1948 bij de beschrijving van de Voorhand. In de clausule ‘lichaam’ werd het vervangen door ‘breed front’ in 1948

7.            De beschrijving van de ribben verscheen in 1948

8.            De beschrijving van het lichaam als geheel, ‘gespierd en goed gedefiniëerd’, verscheen pas in 1987

 

1935

Voorbenen     Recht, voeten met dikke zolen, iets naar buiten staand, zonder enige zwakheid in de middenvoet.

 

1948

Voorhand      Benen recht met stevig bot, vrij ver uiteen geplaatst, zonder losheid van de schouders en geen zwakte van de middenvoet vertonend, van waaruit de voorvoeten iets naar buiten staan.

 

1987

Voorhand      Benen recht met stevig bot, vrij ver uiteen geplaatst, geen zwakte van de middenvoet vertonend, van waaruit de voorvoeten iets naar buiten staan. Schouders goed naar achteren liggend zonder losheid in de ellebogen.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            Hier zien we ‘vrij ver uiteen geplaatst’ in de Standaard van 1948, als het ware uit de ‘lichaam’-clausule gehaald.

2.            ‘Met stevig bone’ verscheen voor het eerst in 1948. Let er vooral op dat er staat ‘stevig’- niet ‘goed’, ‘krachtig’ of ‘grof’.

3.            De schouders werden pas in 1948 voor het eerst genoemd ‘zonder losheid van de schouders’.

4.            De schouders werden opnieuw beschreven in 1987 met ‘schouders goed naar achteren liggend’- en ‘losheid’ werd nu in verband gebracht met een ander onderdeel van de anatomie: ‘zonder losheid in de ellebogen’.

5.            Daar ze nooit een eigen clausule gehad hebben, werden de ‘voeten met dikke zolen’ alleen in 1935 in deze clausule genoemd.

6.            ‘Recht’ zoals genoemd in benen; ‘iets naar buiten staand’ zoals bij voeten; en ‘geen zwakheid van de middenvoet tonend’ zijn de drie zinsneden die in iedere Standaard terugkeren.

 

1935

Achterbenen   Achterhand goed gespierd, met lage hakken als een terrier

 

1948

Achterhand    De achterhand dient goed gespierd te zijn, de hakken laag met goed gehoekte knieën. De benen dienen parallel te zijn van achteren gezien

 

1987

Achterhand    Goed gespierd, hakken laag met goed gehoekte knieën. Benen parallel van achteren gezien

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            Kniehoeking werd niet genoemd in 1935, toen deze clausule ‘Achterbenen’ genoemd werd.

2.            We zien de term ‘parallel’ voor het eerst in de Standaard van 1948

3.            De Standaards van 1948 en 1987 zijn verder praktisch eensluidend

                                                                 

1935

Vacht         Kort, glad en goed aanliggend aan de huid

 

1948

Vacht         Glad, kort en goed aanliggend aan de huid

 

1987

Vacht               Glad, kort en goed aanliggend

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            Allemaal eensluidend, behalve de woorden ‘aan de huid’, die in 1987 geschrapt werden.

 

1935

Kleur         Toegestaan zijn alle schakering van gestroomd - zwart - wit - reekleurig - rood of elk van deze kleuren in combinatie met wit. Black & tan en leverkleurig dienen niet aangemoedigd te worden.

 

1948

Kleur         Rood, reekleurig, wit, zwart of blauw of elk van deze kleuren met wit. Iedere schakering van gestroomd of iedere schakering van gestroomd met wit. Black & tan en leverkleur dienen niet aangemoedigd te worden.

 

1987

Kleur         Rood, reekleurig, wit, zwart of blauw, of elk van deze kleuren met wit. Ieder schakering van gestroomd of iedere schakering van gestroomd met wit. Black & tan en leverkleur hoogst ongewenst.

 

BELANGRIJKE PUNTEN:

1.            ‘Blauw’ werd niet genoemd in de Originele Standaard. Ik steek waarschijnlijk mijn nek uit als ik beweer dat de ‘oldtimers’ die ons ras ‘uitvonden’ hebben  ons ‘blauw’ waarschijnlijk ‘leverkleur’ genoemd zouden hebben!

2.            ‘Dienen niet aangemoedigd te worden’ werd veranderd in ‘hoogst ongewenst’ in 1987.

 

1935

Voeten        ---

 

1948